De methodiek van strategische planning deed haar intrede bij de stad Gent in 2003, bij de inwerkingtreding van de nieuwe departementale structuur. Elk departement van de stad stelde een departementaal strategisch plan op, bestaande uit een missie, een visie en strategische doelstellingen voor het eigen departement. Deze strategische plannen waren in de eerste plaats gebaseerd op de beleidsvisie 2001-2006 en op de sectorale beleidsnota‟s.
In juni 2005 werd een poging ondernomen om bovenop de departementale plannen een stadsplan te plaatsen, met geïntegreerde stadsdoelstellingen. Omdat het einde van de legislatuur in zicht was en nieuwe beleidsopties en beleidskeuzes in aantocht waren was de opmaak van een definitief stadsplan onmogelijk. Er werd wel al een aanzet gedaan tot consolidatie van de departementale strategische plannen tot één geïntegreerd stadsplan, via een methodiek van "perspectieven‟. Deze perspectieven zijn bruggen die werden geïdentificeerd tussen de verschillende sectorale (departementale) strategische plannen.
Midden 2005 werd door het college en het managementteam beslist dat er voor elk perspectief (12 stuks) werkgroepen zouden worden opgericht, bestaande uit ambtenaren en kabinetsmedewerkers.
Voor elk perspectief moesten deze gemengde groepen drie vragen beantwoorden:
- wat is de visie van de stad rond dit perspectief
- wat zijn de onderliggende waarden
- welke strategische doelstellingen kunnen worden geformuleerd
De methodiek van de perspectieven was een opstap naar de formulering van een geïntegreerd strategisch plan op stadsniveau. De ambitie was te komen tot een strategisch plan, met een
nieuwe, ook extern gerichte stadsmissie, onderliggende waarden op stadsniveau, een visie op stedelijk beleid en strategische doelstellingen op stadsniveau.
Bij de start van de huidige legislatuur was het nieuwe college van burgemeester en schepenen bereid om het werk dat tijdens de vorige legislatuur met de departementale strategische plannen en de perspectieven was gedaan, verder te zetten en af te stemmen op de verplichtingen van het gemeentedecreet.