Toegang tot voldoende en kwalitatief drinkwater is geen luxe, maar een basisvoorwaarde voor een menswaardig leven. Toch blijft die toegang voor heel wat gezinnen onder druk staan. Uit de nieuwe Barometer Waterarmoede, uitgevoerd op initiatief van de Koning Boudewijnstichting, blijkt dat 12,4% van de Belgische huishoudens een onevenredig groot deel van hun beschikbare inkomen - na aftrek van de woonkosten - moet besteden aan de waterfactuur. Vooral maatschappelijk kwetsbare gezinnen worden getroffen. De problematiek legt bovendien blijvende ongelijkheden bloot in de toegang tot een essentiële levensbehoefte, cruciaal voor voeding, persoonlijke hygiëne en een gezonde woonomgeving.
Opvallend is dat de waterfactuur van gezinnen, gecorrigeerd voor inflatie, tussen 2021 en 2024 gemiddeld met 12% is gedaald. Dat is onder meer te danken aan een groter gebruik van alternatieve waterbronnen, zoals regenwater, en aan stabiele tarieven in Wallonië. Maar niet iedereen profiteert in dezelfde mate van deze evolutie. De grootste voordelen lijken vooral terecht te komen bij gezinnen met hogere inkomens, waardoor bestaande ongelijkheden blijven bestaan.