Datamaturiteit in de organisatie
Binnen de OBMi‑werking groeide de voorbije jaren een sterk traject rond datamaturiteit. Wat begon als een onderzoek naar de haalbaarheid van een gezamenlijk datawarehouse, evolueerde al snel naar een bredere aanpak rond dataorganisatie en databeheersing binnen de stedelijke besturen. Tijdens de verkennende fase werd duidelijk dat veel uitdagingen waarmee steden kampen - datakwaliteit, rollen en governance, datageletterdheid, informatiebehoeften - niet louter technisch zijn, maar raken aan de bredere datacultuur en processen binnen een stedelijke organisatie. Daarom werd het thema ondergebracht in een afzonderlijk werkspoor binnen OBMi, met als eerste stap het ontwikkelen van een gemeenschappelijk begrippenkader. Dat kader, gebaseerd op onder meer het DAMA‑framework, bood de deelnemende steden een gedeelde taal en een stevige basis om hun werking verder op te bouwen.
Vanuit dat fundament verschoof de focus geleidelijk naar concrete uitdagingen in de praktijk. Steden wisselden inspirerende voorbeelden uit over thema’s zoals datageletterdheid, data- en informatiegovernance, en rolverdeling binnen de organisatie. Tegelijk verkende de werkgroep relevante kennisopbouw in andere projecten en koppelde die terug naar de stedelijke context. In de meest recente fase werd sterk ingezet op het versterken van datageletterdheid. Het Kenniscentrum organiseerde hiervoor een behoefteanalyse met workshops en een brede bevraging, als voorbereiding op een opleidingenreeks op maat van de stedelijke organisaties. Parallel daaraan werkten steden samen rond het scherp definiëren van informatiebehoeften, onder meer via een intensieve workshopreeks getrokken door Stad Antwerpen.
Zo groeide het werkspoor rond datamaturiteit uit tot een dynamisch leertraject, waarin steden samen bouwen aan een toekomstgerichte datacultuur en een sterker fundament voor datagedreven beleid.