Werkzaamheden Uitwisseling plan van aanpak klimaatuitdaging publiek patrimonium 2024
Aanleiding
De Europese Green Deal (2019) en de Europese Klimaatwet (2021) bepalen dat alle gebouwen, dus ook de stadsgebouwen, klimaatneutraal moeten zijn tegen 2050. De Vlaamse Regering valideerde dit in 2020 in de langetermijn renovatiestrategie voor gebouwen 2050 en keurde in 2021 het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP) goed. Via dit pact vraagt de Vlaamse overheid het engagement van lokale besturen om bovenstaande ambities te realiseren voor hun eigen patrimonium en infrastructuur in ruil voor bijkomende middelen en ondersteuning. In de praktijk betekent dit een engagement om tegen 2030 55% CO2 te besparen (t.o.v. 2015) en jaarlijks 3% primaire energie te besparen. Hier zal het niet bij blijven. Wetgeving die momenteel in de pijplijn zit zal lokale overheden stelselmatig tot meer verplichten voor de eigen gebouwen: energie besparen equivalent aan het renoveren van 3% van de bruikbare vloeroppervlakte (2025), verplicht gebouwbeheersysteem (2026), geen nieuwe gebouwen meer zonder PV (2027), emissievrije nieuwbouw (2028), verplicht energielabel E of D (2030), uitfaseren van stookplaatsen op fossiele brandstoffen (2040), etc.
De uitdaging is groot, zowel budgettair als operationeel.
- Lange levensduur van gebouwen en gebouwcomponenten. Heel wat van de keuzes die we nu maken bij nieuwbouw, renovatie of onderhoudsinvesteringen moeten al conform 2050 zijn. De constructie van een gebouw heeft een levensduur van 30 tot 300 jaar (of langer). Delen van de gebouwschil kunnen ook een levensduur van meer dan 25 jaar hebben en de levensduur van technieken varieert van 7 tot 20 jaar (of uitzonderlijk ook langer).
- Kost juist spreiden. De kost om alle stadsgebouwen koolstofneutraal te krijgen is gigantisch. Nederlandse kencijfers wijzen op 600€/m² (1.200€/m² voor een erfgoedgebouw). Wachten we nog met een structurele aanpak richting 2050, dan zal die kost over minder jaren moeten gespreid worden.
- Capaciteit spreiden. Naast het beschikbare budget is ook de beschikbare capaciteit aan projectleiders en de capaciteit op de markt sturend in het uitvoeren van alle nodige klimaatmaatregelen in de stadsgebouwen. Hoe langer we wachten met een structurele aanpak richting 2050, hoe moeilijker het wordt om voldoende en de juiste mensen te vinden om die maatregelen uit te voeren en op te volgen.
Een opdracht voor het Kenniscentrum
In het Verkiezingsmemorandum 2025-2030 van de Vlaamse centrumsteden, dat in de schoot van het Kenniscentrum tot stand kwam, schreven we: “Steden vragen bijzondere aandacht en ondersteuning voor de opdracht om het eigen, publieke patrimonium, dat een cruciale rol speelt in het vervullen van centrumfuncties, te renoveren en emissievrij te maken. Dit is een grote, technisch complexe en financieel zwaarwegende opdracht. Het is pijnlijk duidelijk dat het niet mogelijk is om dit te realiseren binnen de huidige beschikbare investeringsbudgetten en kaders.”
In 2024 bereidden veel administraties de volgende legislatuur voor en was het een sleuteljaar om de planning en de gekoppelde budgettering op te maken. Stad Gent legde de vraag bij het Kenniscentrum neer om een uitwisseling tussen de steden en VGC te organiseren. De algemeen directeuren van de centrumsteden ondersteunden deze vraag. Het dagelijks bestuur nam vervolgens de beslissing om deze opdracht toe te vertrouwen aan een nieuwe werkgroep van vertegenwoordigers van het management bevoegd voor het publieke patrimonium van de centrumsteden en VGC, gefaciliteerd en gemodereerd door het team van het Kenniscentrum.
Werking van de werkgroep in 2024
In 2024 werden 4 bijeenkomsten georganiseerd:
Ter voorbereiding van het kennisdelingsmoment bezorgden we aan alle centrumsteden en VGC een verkennende vragenlijst. Centraal stond de vraag hoe de stad omgaat met en zich voorbereidt op de klimaatuitdagingen voor het stedelijke patrimonium.
Vragen als deze werden vooraf gesteld en de antwoorden daarop werden in de vergadering behandeld en vooral verduidelijkt:
- Worden de veranderende klimaatdoelstellingen en -regelgeving voor stadsgebouwen in jouw stad structureel opgevolgd?
- Monitort jouw stad het energieverbruik en de CO2-uitstoot door de stadsgebouwen?
- Met welke uitdagingen worden jullie geconfronteerd op vlak van data, dataverzameling en monitoring?
- Welke doelstelling(en) heeft jouw bestuur tijdens de huidige legislatuur nagestreefd als leidend uitgangspunt voor energie- en CO2-besparende maatregelen?
- Heeft jouw stad momenteel een vastgoedvisie, vastgoedstrategie, strategisch vastgoedplan of een ander document waarin de houding van het lokaal bestuur t.o.v. het eigen vastgoed beschreven staat?
De geconsolideerde resultaten vind je in deze presentatie.
Daarnaast ontvingen we op de vraag ‘Welke vraag wil jij aan de andere steden stellen?’ input over de te behandelen topics in vervolgsessies van de werkgroep. Voor de volgende sessie werd de keuze gemaakt om aan de slag te gaan met een inventaris van wetgeving. Een dergelijke lijst bleek immers niet beschikbaar te zijn, ook niet bij andere overheden als Het Facilitair Bedrijf, VVSG/Netwerk Klimaat, VEB of VEKA.
We organiseerden een werkvergadering waarbij deelnemers elkaar hielpen om een zo volledig mogelijke lijst van wettelijke verplichtingen en engagementen (LEKP + burgemeestersconvenant + …) samen te stellen, en om tegelijk een inventaris te maken van onduidelijkheden en tegenstrijdigheden die we bij de bevoegde instanties kunnen neerleggen.
Er werd besloten het raamwerk chronologisch volgens deadline op te stellen, vanuit de invalshoek van de wettelijke verplichtingen en engagementen. Zowel de oorsprong als de deadline van wetgeving moest zichtbaar zijn in overzicht. Vooral voor de uiteindelijke output moeten de deadlines vermeld worden, omdat dat de indruk maakt die nodig is.
We inventariseerden de vragen die de leden van de werkgroep aan elkaar en/of andere instanties wensen te stellen:
- Wordt er in fases gewerkt om de deadline te halen?
- Wat houdt deze richtlijn/dit engagement precies in?
- Is er alleen energie en CO2 bij betrokken? Of moet ook bijv. klimaatadaptatie en circulariteit erbij betrokken worden? Of nog andere verplichtingen?
- Is er een onderscheid tussen nieuwbouw en bestaand patrimonium?
- Zijn er tegenstrijdigheden, interpretatiemoeilijkheden?
- Is er duidelijkheid over op welke parameters er afgetoetst moet worden?
- Wie binnen de organisatie neemt taak op zich (vooral in te vullen door medewerkers zelf)?
- Wat als we de deadline niet halen? Handhavingsinstrumenten?
- Waar staan we al? Per stad? Voor wie en waar zijn er struikelblokken?
- Zijn er middelen om steden te helpen de doelen te halen?
Tijdens de bespreking van het overzicht in 2 gespreksgroepen bleek al snel dat we meer tijd moesten nemen om problemen en uitdagingen per maatregel te bespreken.
Daarnaast werd het idee geopperd om de overzichtslijst van Het Facilitair Bedrijf (HFB) als basisinventaris te nemen en om hierop verder te werken in een vervolgsessie. Het Facilitair Bedrijf gaf toestemming op met zijn overzichtslijst aan de slag te gaan.
Begin juli ontvingen we de overzichtslijst zoals opgemaakt door Het Facilitair Bedrijf. Hierop is verder gewerkt door een aantal collega’s uit de centrumsteden. Tijdens de sessie werd ingezoomd op ontbrekende regelgeving en op tegenstrijdigheden en interpretatiemoeilijkheden. We zijn gestart met een bespreking lijn per lijn van het Excel-bestand.
De werkwijze van bespreking leidde al snel tot de vaststelling en tot de belangrijkste kritieken van de centrumsteden op het regelgevend pad: het is budgettair en in uitvoering niet mogelijk, niet doordacht en niet kostenefficiënt om voor elk gebouw van het gehele patrimonium het pad van de deadlines te volgen. Dit druist in tegen de logica van een vastgoedplan.
De centrumsteden en VGC wensen in gesprek te gaan met het VEKA over de lijst en zo mogelijk verbetersuggesties over de conflicterende, flankerende regelgeving naar Vlaanderen over te maken. Om dit gesprek verder voor te bereiden en ook te voeren, stelden we een delegatie samen.
De steden en VGC hebben enerzijds de opdracht om urgentievraagstukken het hoofd te bieden, daarnaast ligt er de opdracht om de stadsadministratie in die opdracht in de volgende decennia goed te begeleiden. Daarom besloten we om in de laatste sessie van 2024 een aantal praktijkvoorbeelden van vastgoedvisie en -strategie en denkpistes ter inspiratie aan bod te laten komen.
Tijdens dit overleg hielden we een gedachtewisseling over de taakstelling in het kader van de update en communicatie over regelgeving naar lokale besturen. De centrumsteden en VGC zien dit als een taak van het VEKA en/of VEB.
We namen uitgebreid de tijd om inspirerende initiatieven van steden inzake vastgoedvisie, -strategie, en -plan voor te stellen en elkaar te bevragen. Deze cases kwamen aan bod:
- Case van Stad Aalst over een hands-on invalshoek voor nieuwbouw, renovatie en restauratie via programma van eisen en standaardlijsten;
- Case van Stad Turnhout over het ontwerpen van een strategie met het oog op de wijzigende behoefte aan vastgoed;
- Case van Stad Kortrijk over integraal kijken naar vastgoed en betrekken van verschillende invalshoeken.
Bevraging steden
Ter voorbereiding van het kennisdelingsmoment op 22 april 2024 bezorgden we aan alle centrumsteden en VGC een verkennende vragenlijst. Centraal stond de vraag hoe de stad omgaat met en zich voorbereidt op de klimaatuitdagingen voor het stedelijke patrimonium.
De geconsolideerde resultaten vind je hier: