Een pandemie, overstromingen, bosbranden… de afgelopen jaren moesten regeringen het hoofd bieden aan verschillende crisissen. Overheden hebben moeite om goed om te gaan met grote, maar niet acute risico’s. Waarom is dat zo'n uitdaging? Bas Heerma van Voss zocht een antwoord op deze vraag voor zijn promotieonderzoek aan de Radboud Universiteit.
Heerma van Voss keek onder andere naar het gedrag van experts die regeringen adviseren over bedreigingen en vond dat zij vatbaar kunnen zijn voor een 'confirmation bias': de neiging om vooral informatie te zoeken die het eigen oordeel bevestigt. Daarnaast onderzocht hij hoe staten geld uitgeven rond grote rampen, en zag een cyclisch patroon: na een incident schieten de uitgaven aan preventie omhoog, maar enkele jaren later daalt het weer voor lange tijd, tot er een nieuwe ramp gebeurt.
Omdat een crisis vaak mondiaal speelt, keek Heerma van Voss ook naar de dynamiek bij internationale organisaties aan de hand van het budget dat ze ontvingen, zoals de World Health Organisation (WHO) en het International Monetary Fund (IMF). Door het oormerken van budgetten, moet toegezegd geld vaak aan heel specifieke projecten en programma's uitgegeven worden. Dat geeft meer controle over het uitgegeven geld, maar daardoor is er weinig bewegingsruimte terwijl juist voor preventie die flexibiliteit hard nodig is.
Meer over het onderzoek(opent nieuw venster) Naar het proefschrift(opent nieuw venster)